galbak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gal·bak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord galbak galbakken
verkleinwoord galbakje galbakjes

Zelfstandig naamwoord

galbak m

  1. (pejoratief) heel vervelend persoon
    • Zo’n eeuwige galbak als Ola Toivonen, al na tien seconden velde hij een Italiaan met zijn arm, diep van binnen - en ik haatte mezelf erom - had ik respect voor het bloeddorstige signaal dat hij afgaf: die eikel begrijpt het. Ik gruwel trouwens onmiddellijk bij het idee dat de Zweden de Italianen vanavond uitschakelen. Een WK zonder Italië is geen WK. [1] 
  2. chagrijnig persoon
    • De relatie liep begin dit voorjaar stuk vanwege Waylons zware depressie. "Eerst had Joëlle de allerleukste, meest succesvolle gozer die er was en die veranderde binnen een maand in een depressief galbakje." [2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
62 % van de Vlamingen.[3]


Verwijzingen

  1. Tubantia Hugo Borst 13-11-17 Als Zweden wint, moet Zlatan mee naar WK
  2. De Telegraaf 28 nov. 2015 Waylon bevestigt relatie met ex
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be