fut

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fut
enkelvoud meervoud
naamwoord fut -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

fut v/m

  1. de benodigde energie en zin ergens voor
    Hij heeft niet de fut om de afwas te doen.
Synoniemen
Vertalingen