energie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ener·gie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord energie energieën
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

energie v

  1. het (fysiek) vermogen waarmee arbeid kan worden verricht
    Ik heb geen energie vandaag.
  2. het (geestelijk) vermogen waarmee denkwerk kan worden verricht
    Om langer dan een kwartier te studeren heeft hij geen energie genoeg.
  3. (wetenschap), (natuurkunde), (elektronica) een natuurkundig begrip van arbeidsvermogen
    Een hoeveelheid "energie" (symbool: W) wordt uitgedrukt in joule (symbool: J) of bijv. kilowattuur (kWh)
    Deze accu heeft een totale energie van 0,32 kWh.
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Tsjechisch

Zelfstandig naamwoord

energie v

  1. energie