energie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

[3]Primaire energie voor electriciteitsopwekking
Uitspraak
Woordafbreking
  • ener·gie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord energie energieën
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

energie v [1]

  1. het (fysiek) vermogen waarmee arbeid kan worden verricht
    • Ik heb geen energie vandaag. 
  2. het (geestelijk) vermogen waarmee denkwerk kan worden verricht
    • Om langer dan een kwartier te studeren heeft hij geen energie genoeg. 
  3. (wetenschap), (natuurkunde), (elektronica) een natuurkundig begrip van arbeidsvermogen
    • Een hoeveelheid "energie" (symbool: W) wordt uitgedrukt in joule (symbool: J) of bijv. kilowattuur (kWh) 
    • Deze accu heeft een totale energie van 0,32 kWh. 
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandse taal


Tsjechisch

Zelfstandig naamwoord

energie v

  1. energie