funest

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fu·nest
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verderfelijk’ voor het eerst aangetroffen in 1801 [1]
  • afgeleid van het Franse funeste of daarvoor van het Latijnse 'funestus' (dodelijk, noodlottig)
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen funest funester (funestst) *
verbogen funeste funestere (funestste) *
partitief funests funesters -

Bijvoeglijk naamwoord

funest

  1. fataal, noodlottig, verderfelijk, rampzalig, desastreus, heilloos
Opmerkingen
  • Omdat "-stst" moeilijk is uit te spreken en te verstaan kan voor de overtreffende trap beter de omschrijving "meest funest(e)" worden gebruikt.[2][3]
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
87 % van de Vlamingen.

Verwijzingen