fraseren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: faseren

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fra·se·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘(muzikaal) interpungeren’ voor het eerst aangetroffen in 1912 [1]
  • afgeleid van frase ? (met het achtervoegsel -eren) [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
fraseren
fraseerde
gefraseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

fraseren

  1. overgankelijk (taalkunde) in frasen onderverdelen (met name gezegd van zinnen)
  2. overgankelijk muzikale eenheden (i.e. muzikale zinnen) door middel van articulatie beter doen uitkomen
    • Thibaudets spel is heel precies, fraai gearticuleerd, dito gefraseerd en kleurrijk. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen