faseren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: fraseren

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fa·se·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van fase met het achtervoegsel -eren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
faseren
faseerde
gefaseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

faseren

  1. overgankelijk in fasen onderverdelen, spreiden
    • Door te faseren wordt een project in de tijd in delen uiteengerafeld. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.