frasering

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: fasering

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fra·se·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord frasering fraseringen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

frasering v

  1. het in frasen onderverdelen, met name gezegd van het articuleren van afzonderlijke muzikale zinnen in een muziekstuk, dat hierdoor als geheel beter moet klinken
    • De frasering van een melodie. 
    • Je speelt werkelijk verdienstelijk, Bram, veel aandacht voor detail en je frasering ademt.' [1] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Sandes, David De wondermethode 2006 ISBN 9044509543 pagina 257
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be