fiducie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fi·du·cie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fiducie
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

fiducie v

  1. vertrouwen
    • Ons geldstelsel welke [sic] nu is gebaseerd op fiducie met de us$ als sleutelvaluta zal het komende decennium een herijking ondergaan na hyperinflatie van de us$ [2]
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders
45 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Beurscyclus.nl

Meer informatie