enquêteren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

resultaat van het enquêteren van Wikipedianen 2015
Uitspraak
Woordafbreking
  • en·quê·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
enquêteren
enquêteerde
geënquêteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

enquêteren [1]

  1. overgankelijk (sociologie) door middel van een enquête ondervragen (over bepaalde meningen etc.)
    • - SIMON OTJES (1984), HUISPOLITICOLOOG Werkte jarenlang als onderzoeker voor Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen in Groningen. Is gespecialiseerd in kiezersonderzoek, onder meer door te enquêteren in zogeheten focusgroepen.[2] 
    • -Dat mag de VI meer doen, profvoetballers enquêteren. Je krijgt er een kerstgevoel van. Dat de voetballers hem thuis zelf hebben ingevuld vind ik een fijn idee.[3]  
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Philip de Witt Wijnen 8 maart 2017
  3. Volkskrant Nico Dijkshoorn 22 december 2008
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be