enquêteerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • en·quê·teer·de

Werkwoord

vervoeging van
enquêteren

enquêteerde

  1. enkelvoud verleden tijd van enquêteren
    • Ik enquêteerde. 
    • Jij enquêteerde. 
    • Hij, zij, het enquêteerde.