eeuwigheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eeu·wig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eeuwigheid eeuwigheden
verkleinwoord eeuwigheidje eeuwigheidjes

Zelfstandig naamwoord

eeuwigheid v [1]

  1. alle tijd die nog zal komen
    • Volgens sommige christenen moet je tot in de eeuwigheid branden in de hel als je niet in hun stroming van het christendom gelooft. 
  2. veel meer tijd dan gewenst
    • Ik heb hier echt een eeuwigheid zitten wachten tot je eindelijk klaar was. 
  3. een gevoelsmatig lange tijd
    • Die nachtmerrie leek wel een eeuwigheid te duren, maar in feite waren het slechts seconden. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen