eensgezindheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eens·ge·zind·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eensgezindheid -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

eensgezindheid v

  1. zonder onenigheid dezelfde denkbeelden en plannen koesteren
    Met grote eensgezindheid werd het probleem aangepakt.
Verwante begrippen
Vertalingen