dram

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dram

Werkwoord

vervoeging van
drammen

dram

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van drammen
    • Ik dram. 
  2. gebiedende wijs van drammen
    • Dram! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van drammen
    • Dram je? 

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders
54 % van de Vlamingen.