drammen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dram·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
drammen
dramde
gedramd
zwak -d volledig

Werkwoord

drammen

  1. (inergatief) aandringen, aanhoudend zeuren, zaniken, zeiken, je zin proberen te krijgen op een vervelende manier
Afgeleide begrippen


Zelfstandig naamwoord

drammen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord dram