doopvont

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een doopvont (uit de 13de eeuw).

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • doop·vont
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord doopvont doopvonten
verkleinwoord doopvontje doopvontjes

Zelfstandig naamwoord

doopvont v/m en o

  1. (religie) een bekken voor de bediening van de doop en het bewaren van het doopwater in een kerkgebouw
    • Het doopvont wordt gebruikt bij de bediening van het sacrament van de Heilige Doop.[4] 
Synoniemen
Overerving en ontlening
Vertalingen

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.[7]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Samuel Hannot & David van Hoogstraten “Nieuw woordboek der Nederlantsche en Latynsche tale”, Boom, Halma, Goris Amsterdam - Dordrecht, p. 188
  2. "doopvont" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  3. doopvont op website: Etymologiebank.nl
  4. Doopvont in Zuidland
  5. Bronlink Weblink bron dopfunt in: Svensk ordbok (2009), Svenska Akademien op svenska.se
  6. Bronlink Weblink bron døbefont in: Verner Dahlerup, Lis Jacobsen et al. (red.) Ordbog over det danske Sprog (1919-1956, suppl. 1992-2005), Det Danske Sprog- og Litteraturselskab op ordnet.dk
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be