bekaf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bek·af
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘uitgeput door te hard lopen’ voor het eerst aangetroffen in 1615 [1]
  • samenstelling van  bek  en  af  [2]
stellend
onverbogen bekaf
verbogen (alleen
predicaat)

Bijvoeglijk naamwoord

bekaf

  1. zeer vermoeid
    • Hij was bekaf van het hardlopen. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen