dennenboom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Kerstboom optuigen (3117494691).jpg
details van de dennenboom
Uitspraak
Woordafbreking
  • den·nen·boom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dennenboom dennenbomen
verkleinwoord dennenboompje dennenboompjes

Zelfstandig naamwoord

dennenboom m [2]

  1. Pinus sylvestris op Wikispecies een bekende naaldboom
    • Een wandelaar tipte de politie gisteren op een tent aan de Lariksweg in Epe. Toen agenten een kijkje namen bij de tent vonden zij vijf hennepplanten. Aangezien de eigenaar onbekend was, besloten de agenten de planten ter plekke te vernietigen. Daarna bedacht een van de agenten het plan om in de lege potten van de mini-hennepkwekerij dennenboompjes te zetten. [3] 
  2. de boom die in huis staat tijdens kerstmis en versierd is met kerstballen en lichtjes (meestal gaat het dan overigens om een spar!)
    • De taak van de kerstboom zit erop, en dus wordt hij meedogenloos uit de huiskamer verbannen. Onterecht, want een dennenboom is een bom vitamine C, die in de Lage Landen al van oudsher gebruikt werd om de winter door te komen wanneer fruit schaars was. Hoog tijd om de traditie van kerstboomkoken in ere te herstellen. [4] 
    • O denneboom, o denneboom, Wat zijn uw takken wonderschoon. Ik heb u laatst in 't bos zien staan, Toen zaten er geen kaarsjes aan. O denneboom, o denneboom, Wat zijn uw takken wonderschoon. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Tubantia Peter Luchtenberg 23-juli-2017
  4. de Standaard 14 JANUARI 2017 Barbara Serulus en Johanna Goyvaerts