deelneming

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • deel·ne·ming
Woordherkomst en -opbouw

Naamwoord van handeling van deelnemen met het achtervoegsel -ing

enkelvoud meervoud
naamwoord deelneming deelnemingen
verkleinwoord deelneminkje deelneminkjes

Zelfstandig naamwoord

deelneming v

  1. het meedoen
    • Zijn deelneming aan de Olympische Spelen is niet zeker, omdat hij geblesseerd is geraakt. 
  2. medeleven, sympathie
    • Hij betuigde zijn deelneming aan de familie van de gestorven man. 
  3. belang, meedoen in een onderneming
    • Hij heeft een aanzienlijke deelneming in dit bedrijf gekocht. 


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie