damn

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
vervoeging
onbepaalde wijs to damn
he/she/it damns
verleden tijd damned
voltooid
deelwoord
damned
onvoltooid
deelwoord
damning
gebiedende wijs damn

Werkwoord

damn

  1. verdoemen

Tussenwerpsel

damn

  1. (krachtterm) verdomme
enkelvoud meervoud
damn -

Zelfstandig naamwoord

damn

  1. (vulgair) zier, zak, fok, bal
    «He doesn't give a damn
    Het kan hem geen bal schelen.