vervloeken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·vloe·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vervloeken
vervloekte
vervloekt
zwak -t volledig

Werkwoord

vervloeken

  1. overgankelijk een vloek over iemand of iets uitspreken
    • Job vervloekte de dag dat hij geboren was. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl