verdoemen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·doe·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verdoemen
verdoemde
verdoemd
zwak -d volledig

Werkwoord

verdoemen

  1. overgankelijk tot een onfortuinlijk en onvermijdelijk einde veroordelen
    • De onwil van met name de Franse koning om een bondgenootschap aan te gaan met Arghun Khan verdoemde het laatste bolwerk van de kruisvaarders, Akko, tot de ondergang. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.