dadel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Dadels in een dadelpalm
Uitspraak
Woordafbreking
  • da·del
enkelvoud meervoud
naamwoord dadel dadels
verkleinwoord dadeltje dadeltjes

Zelfstandig naamwoord

dadel v/m

  1. (fruit) zoete bruine vrucht van de dadelpalm
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie