dadelpalm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

dadels in een dadelpalm
Uitspraak
Woordafbreking
  • da·del·palm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dadelpalm dadelpalmen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dadelpalm m [2]

  1. palm waaraan dadels groeien
    • De boeren telen in Polen, in Saoedi-Arabië - maar ook in China, Argentinië en India. Aardappels, wortels, uien, aardbeien, druiven, citrusvruchten, dadelpalmen, noem maar op. Computers van het Nederlandse Dacom, gevestigd op een kantorenterrein aan de rand van Emmen, vertellen de boeren wanneer ze hun gewassen het best kunnen beregenen, mest kunnen uitrijden of de strijd moeten aanbinden tegen schimmelziektes en insecten. Dat kan dankzij een bodemsensor uit Drenthe die tussen hun gewassen op de akkers staat, vaak samen met een weerstation. Een groengeel kastje ‘proeft’ de bodem, ‘voelt’ waar en hoe de wortels actief zijn en stuurt elke vier uur de laatste gegevens naar Emmen via een mobiele verbinding die werkt op zonne-energie. Zelf ontwikkelde modellen combineren die data met weer- en klimaatgegevens en de laatste wetenschappelijke gewasinzichten. En kijk, daar komt een uitgekiend teeltadvies tevoorschijn.[3] 
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen