dømme

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • døm·me
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord dǿma.
vervoeging
onbepaalde wijs dømme
tegenwoordige tijd dømmer
verleden tijd dømte
voltooid
deelwoord
dømt
onvoltooid
deelwoord
dømmende
lijdende vorm dømmes
gebiedende wijs døm
vervoegingsklasse Klasse 2 zwak
opmerking

Werkwoord

dømme

  1. overgankelijk, (juridisch) veroordelen
    «To menn er dømt til fengsel på livstid for drapet på en rwandisk journalist.»
    Twee mannen zijn veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor het doden van een Rwandese journalist.
  2. overgankelijk, (sport) beoordelen, toekennen
    «Dommeren dømte frispark.»
    De scheidsrechter heeft een vrije schop toegekend.
  3. inschatten, oordelen
Synoniemen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [3]: etter alt å dømme
al met al, welbeschouwd
«Han må etter alt å dømme slutte i jobben.»
Al met al moet hij zijn baan neerleggen.
  • [3]: være dømt til
op voorhand bestemd zijn om
«Prosjektet var dømt til å mislykkes.»
Het project was op voorhand bestemd om te mislukken.


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • døm·me
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord dǿma.
vervoeging
onbepaalde wijs dømme
dømma
tegenwoordige tijd dømmer
verleden tijd dømte
dømde
voltooid
deelwoord
dømt
onvoltooid
deelwoord
dømmand
lijdende vorm dømmast
gebiedende wijs døm
vervoegingsklasse Klasse 2 zwak
opmerking

Werkwoord

dømme

  1. overgankelijk, (juridisch) veroordelen
  2. overgankelijk, (sport) beoordelen, toekennen
  3. inschatten, oordelen
  4. speculeren
Schrijfwijzen
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [3]: etter alt å dømme
al met al, welbeschouwd
  • [3]: vere dømd til
op voorhand bestemd zijn om