Naar inhoud springen

oordelen

Uit WikiWoordenboek
  • oor·de·len
  • Afleiding van deel met het voorvoegsel oor- en met het achtervoegsel -en (letterlijk: uitdelen).
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
oordelen
oordeelde
geoordeeld
zwak -d volledig

oordelen

  1. overgankelijk een oordeel geven over een persoon of een zaak
    • Hij oordeelt wel erg snel. 
     Maar ze had haar stinkende best gedaan en achteraf oordelen is zinloos.[1]
     Ik kon niet meer interrumperen, niet vloeken, niet roddelen of oordelen.[2]
  2. inergatief, (juridisch) een oordeel uitspreken, een vaste uitspraak doen

deoordelenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord oordeel
     Kant ziet de rede als een soort tijdloze, universele bekwaamheid die alle mensen bezitten en die voor iedereen dezelfde oordelen oplevert.[3]
     Mijn poging tot begrijpen wil ik echter wel door enige polemiek vooraf laten gaan, waarin ik mijn gevoelens en oordelen over anderen niet onder stoelen of banken zal steken.[4]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]
  1. “Holy Trientje” (2019), Ambo Anthos, ISBN 9789026334238
  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Daan Bronkhorst
    “Kierkegaard” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025313562
  4. Hans Achterhuis
    “De erfenis van de utopie” (1998), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9026315244
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be