däölke

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /ðœːlkɐ/ (Etsbergs)
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

däölke o dim. tant.

  1. (dierkunde) kauw
Verbuiging