courage

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cou·ra·ge
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘moed’ voor het eerst aangetroffen in 1548 [1]
  • afgeleid van het Franse courage (met het achtervoegsel -age) [2] [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord courage -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

courage v [4]

  1. moed
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders
93 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse naamwoord cor (hart).
enkelvoud meervoud
courage courages

Zelfstandig naamwoord

courage

  1. courage, dapperheid, durf, kracht, kranigheid, lef, moed, sterkte
Synoniemen
Afgeleide begrippen