contempleren
Uiterlijk
- con·tem·ple·ren
- afgeleid van het Franse contempler (met het voorvoegsel con- en met het achtervoegsel -eren) [1]
- of daarvoor van het Latijnse 'contemplare' (met het voorvoegsel con-)
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| contempleren |
contempleerde |
gecontempleerd |
| zwak -d | volledig | |
contempleren
- overgankelijk innerlijk beschouwen, bespiegelen
- Het woord contempleren staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Voorvoegsel con- in het Nederlands
- Achtervoegsel -eren in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal