constructief

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·struc·tief
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen constructief constructiever constructiefst
verbogen constructieve constructievere constructiefste
partitief constructiefs constructievers -

Bijvoeglijk naamwoord

constructief

  1. opbouwend, vormend, positief
    • Dat is een constructieve bijdrage. 
  2. betrekking hebbend op een constructie
    • Hij kan goed constructief tekenen. 
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be