constructeur
Uiterlijk
- Geluid: constructeur (hulp, bestand)
- IPA: / kɔnstrʏk'tør / (3 lettergrepen)
- con·struc·teur
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | constructeur | constructeurs |
| verkleinwoord | constructeurtje | constructeurtjes |
de constructeur m
1. een ontwerper van constructies
- Het woord constructeur staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "constructeur" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 97 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %