consent

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·sent
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord consent consenten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

consent o

  1. goedkeuring van een voorstel, besluit of handeling van anderen
    • Steeds meer jongeren zijn zich bewust van "consent", een begrip dat wederzijdse instemming bij seks omvat. Niet alleen de term wordt populairder, maar ook de interpretatie ervan. Consent zien als een formeel contract dat tussen individuen moet worden afgesloten en dus vrijheid beperkt, getuigt van weinig voorstellingsvermogen en moderniteit. [3]
    • Liesvelt had het vereiste consent voor de editie niet aangevraagd. De gevolgen bleven niet uit. Op 15 juni 1545 werd Jacob van Liesvelt weer aangeklaagd wegens het drukken van boeken zonder daarvoor de nodige toestemming te hebben aangevraagd. [4]
  2. (geschiedenis) eenmalige belastingheffing die door een vertegenwoordigend orgaan op verzoek van de soeverein is goedgekeurd
    • Op het consent kwam in mindering wat de provincie declareerde voor de generaliteit reeds uitgegeven te hebben, zoals de betaling van op haar gerepartieerde troepen. [5]
Synoniemen

Gangbaarheid

67 % van de Nederlanders;
57 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
consent consents

Zelfstandig naamwoord

consent

  1. jawoord, toestemming


Middelnederlands

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

consent o

  1. instemming, positieve houding
  2. toestemming, vergunning
Overerving en ontlening

Verwijzingen