concluderen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·clu·de·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Franse concluder (thans conclure) of daarvoor van het Latijnse 'conclūdere'
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
concluderen
concludeerde
geconcludeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

concluderen

  1. (overgankelijk) tot een eis komen
    Hij werd tot invrijheidsstelling geconcludeerd.
  2. (overgankelijk) tot een besluit komen
    Hieruit concludeer ik dat u niet goed genoeg opgelet heeft.
Verwante begrippen
Vertalingen