concluderen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·clu·de·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘besluiten’ voor het eerst aangetroffen in 1370 [1]
  • afgeleid van het Franse concluder (thans conclure) of daarvoor van het Latijnse 'conclūdere' met het achtervoegsel -eren [2]
    [3]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
concluderen
concludeerde
geconcludeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

concluderen

  1. overgankelijk tot een eis komen
    • Hij werd tot invrijheidsstelling geconcludeerd. 
  2. overgankelijk tot een besluit komen, een conclusie trekken
    • Hieruit concludeer ik dat u niet goed genoeg opgelet heeft. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen