concluderen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·clu·de·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Franse concluder (thans conclure) of daarvoor van het Latijnse 'conclūdere' met het achtervoegsel -eren [1]
    [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
concluderen
concludeerde
geconcludeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

concluderen

  1. overgankelijk tot een eis komen
    • Hij werd tot invrijheidsstelling geconcludeerd. 
  2. overgankelijk tot een besluit komen, een conclusie trekken
    • Hieruit concludeer ik dat u niet goed genoeg opgelet heeft. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen