concentratie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·cen·tra·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord concentratie concentraties
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

concentratie v

  1. (scheikunde) sterkte van een oplossing
    • Wij gebruiken zwavelzuur in een hoge concentratie. 
    • De onderzoekers maakten de armen van de ster uit drie soorten polymeren, die ieder verschilden in hoe snel ze het medicijn afgaven. Zo was het mogelijk om van ieder afzonderlijk geneesmiddel de gewenste concentraties in het bloed bij te sturen. Daarnaast kan de dosis per middel gevarieerd worden door één of meer armen van de ster ermee te vullen.[1] 
  2. het zich concentreren, aandacht hebben voor iets specifieks
     Opperste concentratie in de coulissen van De Bond. Gespannen staan de leerlingen uit groep 8C van de basisschool Drie-eenheid maandagmorgen naar hun klasgenoten te kijken die op dat moment in de schijnwerpers staan. Als er al wat wordt gezegd, gebeurt dat op een fluistertoon die op de bühne niet te horen is.[2]
  3. samentrekking op één punt
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Sander Voormolen 10 januari 2018 Alle medicijnen in één pil
  2. Bronlink Weblink bron Redactie “Afscheidsmusical groepen 8 in stadstheater Oldenzaal” (11-07-2016), Tubantia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be