componeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·po·ne·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
componeren
componeerde
gecomponeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

componeren

  1. (overgankelijk), (muziek) een muziekstuk schrijven
    Hij had twee sonates gecomponeerd.
  2. uit onderdelen een nieuw geheel maken
    Hij had met alle hem bekende ingrediënten weer een nieuw spannend verhaal gecomponeerd.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie