commercieel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

niet commercieel
Uitspraak
Woordafbreking
  • com·mer·ci·eel
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen commercieel commerciëler commercieelst
verbogen commerciële commerciëlere commercieelste
partitief commercieels commerciëlers -

Bijvoeglijk naamwoord

commercieel [1]

  1. (handel) zakelijk, handels-
    Hoewl de critici het maar een flut boek vonden was zijn nieuwe roman toch een groot commercieel succes.
  2. (handel) belust op winstbejag
    De idealistische professor wilde de wereld redden met zijn uitvindingen, maar de commerciële jongens van de universiteit zagen grote zakelijke mogelijkheden.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal

Meer informatie