chronisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • chro·nisch
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen chronisch chronischer
verbogen chronische chronischere
partitief chronisch chronischers -

Bijvoeglijk naamwoord

chronisch

  1. voortdurend, aanhoudend, nooit helemaal genezend
    Astma is de meest voorkomende chronische ziekte onder kinderen.
Vertalingen

Meer informatie