chronisch
Uiterlijk
- chro·nisch
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | chronisch | chronischer | |
| verbogen | chronische | chronischere | |
| partitief | chronisch | chronischers | - |
chronisch
- voortdurend, aanhoudend, nooit helemaal genezend
- Astma is de meest voorkomende chronische ziekte onder kinderen.
- ▸ Zijn moeder kreeg vlak na zijn geboorte multiple sclerose. Zijn vader, druk met de zorg voor zijn chronisch zieke echtgenote, keek nauwelijks om naar Harry. Als enig kind werd hij opgevoed door zijn oma.[3]
- Het woord chronisch staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "chronisch" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "chronisch" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ chronisch op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Weblink bron “Window of my eyes: Harry Muskee en de verloren tijd” (zaterdag 16 januari 2016, 13:44), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Achtervoegsel -isch in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %