aanhoudend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·hou·dend
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen aanhoudend
verbogen aanhoudende

Bijvoeglijk naamwoord

áánhoudend of aanhóúdend

  1. zonder ophouden, zonder stoppen
    De aanhoudende regen leidde tot overstromingen.
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
aanhouden

aanhoudend

  1. onvoltooid deelwoord van aanhouden