diachronisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • di·a·chro·nisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen diachronisch diachronischer
verbogen diachronische diachronischere
partitief diachronisch diachronischers -

Bijvoeglijk naamwoord

diachronisch

  1. diachroon

Gangbaarheid

61 % van de Nederlanders
78 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl