chroniqueur
Uiterlijk
- Geluid: chroniqueur (hulp, bestand)
- IPA: / kroniˈkør / (3 lettergrepen)
- chro·ni·queur
- Naamwoord van handeling van het Franse chroniquer met het achtervoegsel -eur [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | chroniqueur | chroniqueurs |
| verkleinwoord | chroniqueurtje | chroniqueurtjes |
de chroniqueur m
- (beroep) iemand die kronieken schrijft, een kroniekschrijver
- De bekende chroniqueur is vorige week overleden.
- Het woord chroniqueur staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "chroniqueur" herkend door:
| 60 % | van de Nederlanders; |
| 58 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ chroniqueur op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- IPA: /kʁɔnikœʁ/
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| chroniqueur | le chroniqueur | chroniqueurs | les chroniqueurs |
chroniqueur m
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -eur in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 60 %
- Prevalentie Vlaanderen 58 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 11
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans