chauvinisme

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • chau·vi·nis·me
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘overdreven vaderlandsliefde’ voor het eerst aangetroffen in 1890 [1]
  • afgeleid van Nicolas Chauvin met het achtervoegsel -isme [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord chauvinisme -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

chauvinisme o

  1. blinde ingenomenheid met alles van en in het eigen land, blinde vaderlandsliefde
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen