charteren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • char·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels [1]

Werkwoord

charteren [2]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
charteren
charterde
gecharterd
zwak -d volledig
  1. huren van een vervoermiddel inclusief bemanning, voor personen- of goederenvervoer
    • De economie, een van de sterkste van West-Afrika, heeft zwaar te lijden onder de machtsstrijd. Het is de eerste keer dat cacao een cruciale rol speelt in de nu tien jaar durende politieke crisis. De naar schatting half miljoen cacaoboeren in Ivoorkust zijn politiek net zo verdeeld als de rest van de bevolking. Velen denken dat de smokkel naar buurland Ghana zal toenemen als de exporteurs in het binnenland geen bonen meer opkopen. De exporteurs buigen zich intussen over een ander probleem: een verbod van de EU op handel tussen Europa en de twee havens van Ivoorkust. Dat heeft het moeilijker en duurder gemaakt om schepen te charteren. „We verwachtten een paar schepen aan het einde van de maand”, zegt een Franse exporteur. „Maar we moeten nu eerst uitzoeken wat die sancties precies betekenen.”[3] 
  2. proberen om in dienst te nemen
    • Er is nog een laatste argument voor meer vrouwelijke ministers. Sommige mensen beweren dat meer vrouwen in een team tot betere prestaties leidt, dus dat Rutte alleen al voor de kwaliteit van het kabinet meer vrouwen had moeten charteren. Toch is hiervoor ook geen sluitend bewijs te vinden. Er is inderdaad een correlatie tussen percentage vrouwen in de raad van bestuur en het succes van een bedrijf. Maar het lijkt erop dat de causaliteit tussen die twee andersom ligt: dat succesvolle bedrijven meer ruimte, tijd en geld hebben om aan diversiteitsbeleid te doen. Net zoals deze bedrijven meer aan goede doelen geven, milieuvriendelijker zijn, meer personeelsfeestjes geven. Zodra de crisis toeslaat, is het over met het vrouwenbeleid.[4]  
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. NRC Pauline Bax 27 januari 2011
  4. NRC Rosanne Hertzberger 13 oktober 2010