inschakelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·scha·ke·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inschakelen
schakelde in
ingeschakeld
zwak -d volledig

Werkwoord

inschakelen

  1. (overgankelijk) een toestel in actie stellen
    Hij had de meetapparatuur net ingeschakeld toen de vulkaan heftig vuur begon te spugen.
  2. (overgankelijk) een persoon of instantie bij een zaak betrekken
    Hij had een privédetective ingeschakeld.