middelste

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mid·del·ste
Woordherkomst en -opbouw
  • [bijvoeglijk naamwoord] van Middelnederlands middelste, afleiding van middel met het achtervoegsel -st en de uitgang -e[1]
  • [zelfstandig naamwoord] het zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord
  • [onbepaald rangtelwoord] afleiding van middel met het achtervoegsel -stemet het achtervoegsel -ste [2]

Bijvoeglijk naamwoord

middelste

  1. zich in het midden bevindend
    • Vooraan in de bioscoop moet je erg omhoog kijken en achterin kun je de ondertitels niet goed lezen, daarom kun je beter een plaats in de middelste rijen kiezen. 
  2. met evenveel jongeren onder als ouderen boven zich
     Mijn middelste dochter en ik shopten vaak in de stad en struinden kringloopwinkels af en ze begon vervolgens een klein handeltje door de daar gekochte merkkleding met winst door te verkopen.[3]
enkelvoud meervoud
naamwoord middelste middelsten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

middelste m

  1. wie of wat zich tussen uitersten bevindt
    • Voor de hoekhuizen waren er veel kopers, maar de drie middelsten bleven lang te koop staan. 

Onbepaald rangtelwoord

middelste

  1. precies tussen de uitersten van een reeks gelegen
    • Als je waarnemingen sorteert op grootte, is de waarde van de middelste waarneming de mediaan. 
Opmerkingen
  • Dit woord is de meest gangbare term, 'middenste' is geen standaardtaal.[4]
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. Vroegmiddelnederlands Woordenboek
  2. Bronlink geraadpleegd op 3 mei 2021 Weblink bron W. Haeseryn e.a. “7.3.1 Vorming van rangtelwoorden.” (januari 2019) op e-ans.ivdnt.org (Algemene Nederlandse Spraakkunst)
  3. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Middenste / middelste op website: taaladvies.net; geraadpleegd 2016-04-09
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be