carton

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: cartón

Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

carton m

  1. (spreektaal) uitnodiging
    «On vient de recevoir un carton pour la boum de Martine.»
    We hebben net een uitnodiging gehad voor het feestje van Martine. [1]
  2. (spreektaal) speelkaart
    «Ce soir on va battre/taper le carton chez Gaston.»
    Vanavond gaan we een kaartje leggen bij Gaston [1]
  3. (spreektaal) groot succes, hit
    «Ce couturier a fait un carton avec ce modèle de jeans.»
    Die couturier maakte een klapper met dat model spijkerbroek. [1]
  4. (spreektaal) tip (stukje karton in joint) [1]
  5. (spreektaal) ongeluk, botsing
    «Heureusement il n’y a pas eu de morts dans ce carton
    Gelukkig zijn er geen doden gevallen bij dat ongeluk. [1]
Anagrammen

Verwijzingen