Naar inhoud springen

carton

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: cartón
enkelvoud meervoud
carton cartons

carton

  1. kartonnen doos
  2. sigarettenpakje
vervoeging
onbepaalde wijs to  carton 
he/she/it  cartons 
verleden tijd  cartoned 
voltooid
deelwoord
 cartoned 
onvoltooid
deelwoord
 cartoning 
gebiedende wijs  carton 

carton

  1. overgankelijk in een kartonnen doos doen







enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  carton     le carton     cartons     les cartons  

carton m

  1. karton (dik papier uit meerdere lagen)
  2. kartonnen doos
  3. (spreektaal) uitnodiging
    «On vient de recevoir un carton pour la boum de Martine.»
    We hebben net een uitnodiging gehad voor het feestje van Martine. [1]
  4. (spreektaal) speelkaart
    «Ce soir on va battre/taper le carton chez Gaston.»
    Vanavond gaan we een kaartje leggen bij Gaston [1]
  5. (spreektaal) groot succes, hit
    «Ce couturier a fait un carton avec ce modèle de jeans.»
    Die couturier maakte een klapper met dat model spijkerbroek. [1]
  6. (spreektaal) tip (stukje karton in joint) [1]
  7. (spreektaal) ongeluk, botsing
    «Heureusement il n’y a pas eu de morts dans ce carton
    Gelukkig zijn er geen doden gevallen bij dat ongeluk. [1]