uitnodiging

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·no·di·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitnodiging uitnodigingen
verkleinwoord uitnodigingetje uitnodigingetjes

Zelfstandig naamwoord

uitnodiging v

  1. een verzoek om iets bij te wonen
    • Hij had uitnodigingen voor het feest aan zijn beste vrienden gestuurd. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.