capuchon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

een trui met een capuchon
Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·pu·chon
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘hoofdkap’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord capuchon capuchons
verkleinwoord capuchonnetje capuchonnetjes

Zelfstandig naamwoord

capuchon m

  1. een hoofdkap bevestigd aan een kledingstuk
    • Veel kledingstukken hebben een capuchon, maar bijna niemand zet er ooit een op. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen