opschepper
Uiterlijk
- Geluid: opschepper (hulp, bestand)
- IPA: / ˈɔpsxɛpər / (3 lettergrepen)
- op·schep·per
- Naamwoord van handeling van opscheppen met het achtervoegsel -er
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | opschepper | opscheppers |
| verkleinwoord | opscheppertje | opscheppertjes |
de opschepper m
- iemand die vaak opschept tot ergernis van anderen
- Het woord opschepper staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "opschepper" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -er in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %