buste

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

[1] boezem
[2] borstbeeld
Uitspraak
Woordafbreking
  • bus·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord buste busten
bustes
verkleinwoord bustetje bustetjes

Zelfstandig naamwoord

buste v / m [2]

  1. vrouwenborst, boezem, vrouwenbovenlijf
  2. borstbeeld
  3. paspop
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.


Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal

Werkwoord

vervoeging van
bussen

buste

  1. enkelvoud verleden tijd van bussen
    Ik buste.
    Jij buste.
    Hij, zij, het buste.