bulldozer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

bulldozer
Uitspraak
Woordafbreking
  • bull·do·zer
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘grondschuiver’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1950 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord bulldozer bulldozers
verkleinwoord bulldozertje bulldozertjes

Zelfstandig naamwoord

bulldozer m

  1. (werktuigbouwkunde) een zware van rupsbanden voorziene machine om terreinen te egaliseren met behulp van een schuiver die stenen en aarde kan verplaatsen
    • Met zijn ongeëvenaarde aanvallende kracht bracht hij een revolutie teweeg in het rugby. Tegenstanders ketsten simpelweg op hem af als Lomu, een menselijke bulldozer van 1,92 meter en 119 kilogram, op snelheid was gekomen – de bal losjes in een arm geklemd.[2] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
bulldozer bulldozers

Zelfstandig naamwoord

bulldozer

  1. bulldozer m ; een zware van rupsbanden voorziene machine om terreinen te egaliseren


Frans

Zelfstandig naamwoord

bulldozer

  1. bulldozer m ; een zware van rupsbanden voorziene machine om terreinen te egaliseren


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • bu·ll·do·zer
enkelvoud meervoud
bulldozer bulldozeres

Zelfstandig naamwoord

bulldozer m

  1. (werktuigbouwkunde) bulldozer
Synoniemen

Verwijzingen