braille

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

brailletekst
Uitspraak
Woordafbreking
  • brail·le
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schrift voor blinden’ voor het eerst aangetroffen in 1898 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord braille -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

braille o

  1. door Louis Braille uitgevonden reliëfschrift voor blinden, dat uit combinaties van punten bestaat
    • Zoals wel meer dertienjarigen doen, vroeg Shubham Banerjee zich af hoe blinden kunnen lezen. En wat doe je dan als dertienjarige? Dan bouw je je eigen braille-printer. Van Lego. Het apparaat (op de foto hierboven) bezorgde Shubham talloze prijzen en een reisje naar Het Witte Huis.[3] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen